|
De Pastelfactor (deel 4).

Zwart-Grijsvleugel Wit dominant.
Eigenlijk
komt
het
er
bij
de
kweek
van
grijsvleugels
voornamelijk
op
neer
een
drietal
punten
in
acht
te
nemen:
1.
Om
steeds
zwarte
vogels
te
gebruiken
(klassiek
of
klassiek
/
grijsvleugel)
met
een
zo
sterk
mogelijke
zwarte
melanisatie,
m.a.w.
exemplaren
waarvan
de
binnenzijde
van
de
veer
bijna
zo
donker
is,
zoveel
zwarte
eumelanine
vertoont
als
de
buitenzijde.
En
die
bestaan
wel
degelijk!
In
dit
opzicht
lijkt
de
man
bij
de
kweek
van
grijsvleugels
het
belangrijkst
wegens
zijn
natuurlijk
groter
bezit
aan
eumelanine!
2.
Oudervogels
te
gebruiken
met
passende
bevederinglengte
(intensief
x
schimmel
of
halfintensief
x
halfintensief),
waaruit
voornamelijk
halfintensieve
en
matig
schimmels
als
nakomelingen
mogen
verwacht
worden,
met
nog
een
voldoende
bezit
aan
bruine
phaeomelanine.
3.
Daarbij
ook
steeds
te
bedenken
dat
de
lichtste
grijsvleugelexemplaren
in
weze
beschikken
over
de
sterkste
melanisatie
en
bijgevolg
ook
als
kweekvogels
primeren!

4 weken oud.
Twee
mogelijkheden
om
de
kweek
te
beginnen:
1.
Als
het
enigszins
kan
is
het
natuurlijk
voordelig
te
kunnen
starten
met
vol
grijsvleugelman
x
grijsvleugelpop
(of
zwartpastel,
of
type
grijsvleugel),
waarna
achteraf
bij
de
nakomelingen,
door
inbreng
van
bijpassend
klassiek
bloed,
kan
getracht
worden
het
eumelaninebezit
eventueel
nog
op
te
drijven
of
tenminste
in
stand
te
houden.
Wat
zeker
noodzakelijk
is,
aangezien
pastel
x
pastel
op
termijn
steeds
leidt
tot
opbleking
(uitloging)
van
vooral
de
grote
pennen.
Men
doet
er
dus
best
aan
om
steeds
een
“nevenlijn”
aan
te
leggen
met
klassieke
(liefst
mannelijke)
kwaliteitsvogels
(zie
2b).
2.
Als
het
hierboven
vermeld
kweekmateriaal
niet
voor
handen
is,
is
het
reeds
voldoende
maar
tevens
ook
noodzakelijk
met
tenminste
één
bruikbare
zwartpastel
grijsvleugeltype
pop
te
kunnen
starten.
In
‘t
slechtste
geval
kan
ook
wel
een
zwartpastel
pop
gebruikt
worden.
Als
man
zijn
er
twee
mogelijkheden:
een
zwarte
klassieke
fokzuivere
man
of
een
zwarte
klassieke
fokzuivere
split
pastel
man.
a.
Zwarte
man
/
pastel
x
grijsvleugelpop,
type
pop
of
zwartpastelpop
Geven
het
eerste
jaar:
-
zwarte
mannen
/
pastel
-
grijsvleugelzonen
of
grijsvleugel
type
zonen
-
zwarte
dochters
-
zwartpasteldochters
of
type
of
hopelijk
ook
grijsvleugeldochters
b.
Fokzuivere
zwarte
man
x
grijsvleugelpop
of
type
pop
of
zwartpastelpop
Geven
het
eerste
jaar:
-
zwarte
zonen
/
pastel
-
zwarte
dochters
Het
tweede
jaar:
wordt
de
donkerste
zoon
met
passende
bevederinglengte
gepaard
aan
zijn
moeder,
met
de
meeste
kans
op
grijsvleugelnakomelingen.
Deze
mogelijkheid
doet
er
wel
twee
jaar
over
om
grijsvleugels
te
bekomen
maar
heeft
ongetwijfeld
ook
zijn
voordelen
omdat
het
o.a.
in
praktijk
doorgaans
veel
gemakkelijker
is
om
een
gepaste
klassieke
zwarte,
half
intensieve
man
te
bekomen
dan
een
degelijke
zwarte
split
man,
laat
staan
een
bruikbare
grijsvleugelman.
Ziedaar,
‘t
voornaamste
over
grijsvleugels
lijkt
ons
gezegd.
We
denken
er
mogelijk
tot
vervelens
toe,
voldoende
diep
te
zijn
op
ingegaan
en
willen
eindigen
met
nog
een
paar
bemerking
van
diverse
kwekers
o.a.
de
Heer
Hoes
uit
Tessenderlo,
voormalig
topkweker
van
deze
kleurslag.
-
De
beste
resultaten
bekomt
men
uit
homozygoot
grijsvleugel
x
homozygoot
grijsvleugel,
anders
is
het
aantal
ongewenste
nakomelingen
te
groot
en
het
aantal
grijsvleugels
te
miniem.
-
Partners
verervend
voor
agaat,
bruin
of
isabel
doen
de
grijsvleugeleigenschappen
gedeeltelijk
verdwijnen
en
geven
meer
grijsvleugeltypes
(=
opgebleekte
zwartpastellen).
- Er
zou
bij
vooral
overjarige
grijsvleugelmannen
regelmatig
kleuropbleking
optreden
op
voornamelijk
kop,
borst
en
hoorndelen.
Wat
andere
fokkers
niet
konden
bevestigen
en
wellicht
zal
te
maken
hebben
met
de
afkomst
,
eventuele
stamvorming
en
inteelt.
-
Bij
grijsvleugels
zouden
de
flanken
meer
dan
normaal
neiging
hebben
tot
friseren.
Ook
niet
te
veralgemenen
en
naar
alle
waarschijnlijkheid
te
wijten
aan
het
overwegend
paren
van
schimmel
x
schimmel
of
meer
bepaald
van
vrij
lang
bevederd
x
vrij
lang
bevederd,
waar
toch
regelmatig
een
intensieve,
kortbevederde
partner
(ook
al
lijkt
die
minder
aantrekkelijk!)
in
de
kweek
moet
betrokken
worden.
Ongeveer
hetzelfde
stelde
zich
voorheen
bij
de
kweek
van
bruinwitten,
waar
veelal
via
een
langere
bevedering
getracht
wordt
het
bruinbezit
op
te
drijven
…
ook
wel
eens
ten
nadele
van
een
te
lange
flankbevedering,
omdat
het
te
lang
zijn
zich
daar
steeds
het
vlugst
manifesteert.
-
Uit
grijsvleugel
x
klassiek
zouden
nooit
grijsvleugels
of
grijsvleugeltypes
voortkomen.
Waar
ik
niet
volledig
kan
inkomen,
overtuigd
zijnde
dat
er
uit
de
paring
van
een
sterk
donker
gemelaniseerde
zwarte
pop
met
een
geschikte
grijsvleuglman
(licht
type!),
er
wel
degelijk
grijsvleugeltypepoppen
kunnen
geboren
worden,
al
lijkt
ons
de
kans
op
volle
grijsvleugeldochters
ook
wel
wat
te
veel
gevraagd,
maar
wie
weet
in
de
toekomst?

Zwart-Grijsvleugel Geel.
Herkennen
van
splitvogels:
split
pastelmannen
bezitten
steeds
(?)
juist
onder
het
borstbeen
enkele
witte
veertjes
in
de
donsbevedering.
Hoorndelen
:
zijn
overwegend
loodgrijs.
De
ogen
zijn
zwart
en
de
donskleur
is
grijzig
tot
lichtgrijs.
Vererving
:
de
pastelfactor
en
de
grijsvleugelfactor
zijn
met
voldoende
zekerheid
één
en
dezelfde
factor
en
worden
dan
ook
gezamenlijk
pastelfactor
genoemd.
Vererft
geslachtsgebonden
en
recessief
t.o.v.
de
niet-pastel
wildvorm.
Zwartpastel
:
Met
opzet
werd
deze
kleurslag,
die
nochtans
erkend
is
en
waarvoor
standaardeisen
zijn
voorzien,
als
laatste
bespreekbaar
weerhouden.
Het
waarom
moet
niet
ver
gezocht
worden,
tenminste
als
alles
wat
hiervoor
is
uiteengezet
voldoende
is
begrepen.
Zwartpastel
kan
nl.
geen
kleurslag
zijn
in
de
echte
betekenis
van
het
woord,
omdat
het
gewoon
niet
kan!
Waar
bij
alle
andere
erkende
kleurslagen
er
in
de
eerste
plaats
steeds
naar
gestreefd
wordt
om
via
best
gekleurde
ouders
aan
nog
beter
gekleurde
jongen
te
komen,
kan
dat
hier
niet.
Om
een
goede
zwartpastel
te
kweken,
moet
er
gewoon
andersom
worden
gewerkt,
nl.
met
veelal
minderwaardig
gekleurde
oudervogels
zoals
o.a.
passe-partout
mannen
met
verzwakt
melaninebezit.
Anders
is
de
kans
te
groot
dat
het
grijsvleugeleffect
zijn
kop
opsteekt,
waardoor
zwartpastellen
eerder
op
“type”
grijsvleugels
gaan
gelijken
en
als
T.T.-vogel
waardeloos
worden!
Naar
onze
bescheiden
mening
een
onzuivere
situatie
waarbij
het
hoog
tijd
wordt
dat
er
door
de
verschillende
Technische
Commissies
wordt
ingegrepen
en
alleen
nog
volwaardige
grijsvleugels
als
zwartpastel
worden
erkend!
-
dons
grijzig,
ogen
zwart,
hoorndelen
zo
donker
mogelijk
(zijn
meestal
minder
zwart
dan
bij
klassieke
zwarten).
Conclusie:
-
De grijsvleugelfactor is met voldoende zekerheid geen factor op zich.
-
Het is zondermeer een product van de pastelfactor, het eindproduct zegmaar, net zoals bijvoorbeeld zwartopaal het is bij de opaalfactor.
-
De waas van geheimzinnigheid waarin grijsvleugels steeds werden gehuld, vindt vooral zijn oorsprong in de onvoldoende kennis van de werking van de pastelfactor zelf!
-
Daarom dan ook dit artikel waarbij we hopen dat het voor velen aanleiding mag zijn tot meer en … beter
Door
Jacky
Beliën
en
Jean
Kenens
Keurmeesters
K.B.O.F. |