|
(oorspronkelijk artikel van
link)
Kweek van de grijsvleugel
Door: Leo Rütgers
-
Een paar
jaar geleden ben ik
voorzichtig begonnen met
de kweek van
grijsvleugels. Ik
kweekte destijds zwart
geel en zwart wit
terwijl ik ook zwart
opalen in geel en wit
had gekweekt. Omdat de
grijsvleugel ook tot de
zogenaamde zwartserie
hoort leek mij die mooi
te combineren met de
andere vogels uit de
zwartserie die ik kweek.
Vorig jaar heb ik
besloten om de kweek van
mijn grijsvleugels in
wit en geel wat uit te
breiden. Hoe pak je
zoiets aan?
-
-
De
standaardeisen
-
Het
eerste wat we doen
wanneer we een kleur
gaan kweken is uiteraard
de standaardeisen van de
bond er bij pakken. Deze
worden door de NBvV
beschikbaar gesteld op
hun website en luiden
voor de grijsvleugel als
volgt:
-
De
grijsvleugelfactor is
een versterkte werking
van de pastel factor.
Dit veroorzaakt een
verdere vermindering van
de zwarte eumelanine
waardoor er een
verbleking (vergrijzing)
optreedt in het
middengedeelte van de
bevedering (in en om de
schacht). De zwartgrijze
eumelanine moet nog
enkel zichtbaar zijn op
het einde van veren en
pennen en de rest van de
bevedering wordt grijs.
Van bestreping in rugdek
en flanken is geen
sprake meer. In plaats
hiervan ontstaat een
soort hamerslagtekening.
De vleugel- en
staartpennen bezitten
grijszwarte toppen en
zijn verder grijs van
kleur (indicatie van 5
mm voor de grootte van
de tekening in de toppen
van de genoemde pennen).
De grijsvleugelfactor
komt alleen in de
zwartserie goed tot
uiting. De melanine
begint aan de
snavelbasis. De
hamerslagtekening begint
op de kop en loopt
duidelijk door naar de
rug en de flanken. Het
phaeomelanine mag niet
zichtbaar zijn in het
rugdek maar moet
vermengd zijn in de
grondkleur. Een weinig
zichtbaar phaeomelanine
is toegestaan bij de
schimmelvogels.
-
Deze
mutatie komt voor met
witte, gele of rode
lipochroomkleur. De gele
of rode kleur kan
gecombineerd zijn met de
ivoor- en/of de
mozaïekfactor. De vogels
met wit lipochroom komen
voor met de dominant of
de recessief witfactor.
Bij de vogels met wit
lipochroom wordt geen
onderscheid gemaakt
tussen schimmel of
intensief. De recessief
witfactor geeft meer
contrast.
-
-
Alles nog
eens op een rijtje:
-
· Zo
donker mogelijk totaalbeeld.
-
· Het
melaninebezit begint aan de
snavelbasis.
-
· Duidelijke
hamerslagtekening in rug en
flanken.
-
· Grijze
vleugel- en staartpennen;
alleen de toppen van de
vleugel- en staartpennen
bevatten grijszwart
eumelanine.
-
· Zichtbaar
minimale bruine
phaeomelanine wordt
toegestaan bij de schimmels;
zichtbaar phaeomelanine is
niet toegestaan bij de
intensieve vogels.
-
· Snavel,
poten en nagels éénkleurig
donker en in harmonie met
het melaninebezit. .
-
· Grondkleur
zo donker mogelijk, egaal en
goed waarneembaar tussen de
hamerslagtekening.
Aanwezigheid van de optische
factor zal de helderheid van
de kleuruiting ten goede
komen.
-
· Volledig
intensief bij de intensieve
vogels.
-
· Gelijkverdeelde
korte schimmel bij de
schimmelvogels.
-
· Bij
mozaïeken: zeer diep
gekleurd, maximaal
contrasterend
mozaïekpatroon.
-
-
De vererving
-
Dan moeten we
weten hoe de vererving van
de grijsvleugelfactor is.
Welnu, de vererving blijkt
geslachtsgebonden en
recessief te zijn. Het
eerste betekent dat alleen
de man de grijsvleugelfactor
niet zichtbaar kan vererven
(split kan zijn). Recessief
betekent in dit geval dat de
grijsvleugelfactor dubbel
aanwezig moet zijn bij de
man opdat de man uiterlijk
grijsvleugel toont.
-
Tot zover
de standaardeisen en de
vererving. Nu het kweken
van die vogels ……..
-
-
Wat maakt het
kweken van grijsvleugels nu
tot een uitdaging?
-
Als je je dan
nog verder gaat verdiepen in
de vererving, dan blijkt dat
een grijsvleugel eigenlijk
meer of minder grijsvleugel
kan zijn, ofwel de
grijsvleugelfactor zorgt
ervoor dat het grijsvleugel
effect meer of minder toont
(we noemen dit ook wel ….).
Dit in tegenstelling tot
bijvoorbeeld opaal: een
vogel is opaal of hij is het
niet.
-
Om toch een
beetje uit de voeten te
kunnen met de kweek, hanteer
ik inmiddels uit eigen
ervaring het onderscheid in
3 typen (meer of minder
grijsvleugel). Om te laten
zien wat ik bedoel met die
verschillende types, heb ik
foto´s van mijn vogels
gemaakt (da´s makkelijk
tegenwoordig met zo´n
digitaal fototoestel):
-
· Het
grijsvleugeltype – de
grijsvleugelfactor begint te
werken; de tekening is half
streep half schub
(hamerslag), maar laat al
wel lichte vleugelpennen
zien, zie foto’s 5, 6, 7.
-
· De
grijsvleugel – de
grijsvleugelfactor werkt
zoals bedoeld; kenmerk:
geschubd (hamerslag) met een
miniem zwart randje en
lichte pennen met een zwarte
rand, zie foto’s 8, 9.
-
· De
volledige grijsvleugel – de
grijsvleugelfactor werkt
overdadig; kenmerk:
volledige lichte schubben
(hamerslag) en volledig
lichte pennen, zie foto’s
10, 11, 12.
-
Iemand heeft
mij eens geleerd om onder
woorden te brengen wat je
ziet en niet de vaak lastige
technische benamingen te
gebruiken zoals
phaeomelanine, eumelanine,
etc. Vandaar dat ik die
types zo maar heb
beschreven. Goed, meer of
minder grijsvleugel dus,
onder te verdelen in drie
types.
-
Je zult
merken dat als je
grijsvleugels een aantal
jaren kweekt, de kweek in
het algemeen na verloop van
jaren deze eerder genoemde 3
verschillende types
oplevert. Zo direct wordt
duidelijk dat we
verschillende kweekstellen
kunnen samenstellen om een
bepaald resultaat te
bereiken.
-
Kijk je naar
de standaardeisen dan moet
je met een hoop rekening
houden. Maar, zo vraag ik
mij af, waarmee kun je je
onderscheiden van de
anderen? Waar moet je je nu
op concentreren? Wat is het
lastigste? En hoe bereik je
dit? Naar mijn idee draait
het hierbij vooral om het
volgende:
-
· Zo
donker mogelijk totaalbeeld.
-
· Duidelijke
hamerslagtekening in rug en
flanken.
-
· Grijze
vleugel- en staartpennen;
alleen de toppen van de
vleugel- en staartpennen
bevatten grijszwart
eumelanine.
-
Volop
uitdaging dus dacht ik zo.
Wat kunnen we er aan doen?
-
-
De standaard
paringen
-
We moeten
ergens van uit gaan: dat
noem ik de standaard
paringen. In principe paren
we de grijsvleugeltypes
(foto’s 5, 6, 7),
grijsvleugels (foto’s 8, 9)
en volledige grijsvleugels
(foto’s 10, 11, 12) aan
elkaar, zoals bijvoorbeeld:
-
1)
grijsvleugeltype x
grijsvleugeltype
-
2)
grijsvleugeltype x volledige
grijsvleugel
-
3)
grijsvleugel x
grijsvleugeltype
-
Waarbij
paring 3 de meest ideale is
naar mijn idee (maar probeer
het gerust zelf uit).
-
Uit elke
combinatie waarin een
grijsvleugel betrokken is,
zullen de verschillende
types tevoorschijn komen,
dus meer of minder
grijsvleugel (uitgezonderd
volledige grijsvleugel x
volledige grijsvleugel want
deze geeft naar mijn idee
alleen volledige
grijsvleugels en is niet aan
te bevelen).
-
Bij het
toepassen van de standaard
paringen gaan we dus letten
op een aantal aspecten
gerelateerd aan de
belangrijkste standaardeisen
. We gaan eens kijken.
-
-
Zo donker
mogelijk totaalbeeld
-
In principe
paren we altijd zo donker
mogelijke vogels aan elkaar,
maar toch zul je merken dat
je grijsvleugels na verloop
van tijd te licht worden. Je
merkt dat goed doordat je
ziet dat de grondkleur te
licht wordt (die in
belangrijke mate bijdraagt
aan het totaalbeeld).
-
Het mooiste
is als we nu een pastel gaan
inschakelen, zie foto 4
(immers de grijsvleugel
factor is een versterkte
werking van de
pastelfactor). Mogelijke
paringscombinaties:
-
1) volledige
grijsvleugel x zwart pastel
-
2)
grijsvleugel x zwart pastel
-
Waarbij
paring 1 de meest ideale is
naar mijn idee. Ook kun je
zelfs klassiek zwart zonder
pastelfactor inschakelen
(zie foto’s 1, 2, 3).
-
3)
grijsvleugel x zwart
-
Deze paring
levert altijd jonge
grijsvleugel(type) poppen
terwijl alle jonge mannen
grijsvleugel verervend zijn.
De mannen kunnen we dan weer
paren aan grijsvleugel
poppen.
-
-
Duidelijke
hamerslagtekening in de rug
en in de flanken
-
Hoe vaak
wordt er bij de
grijsvleugels alleen maar
naar de mooie hamertekening
op de rug gekeken door
toeschouwers maar ook
kwekers. De eis betekent dus
dat je ook in de flanken
tekening moet zien! Welke
combinatie je ook toepast,
let op de flanktekening.
Selecteer dus op
flanktekening! Het is een
van de risico’s bij de
grijsvleugelkweek; voordat
je het weet is de
flanktekening weg.
-
-
Grijze
vleugel- en staartpennen;
alleen de toppen van de
vleugel- en staartpennen
bevatten grijszwart
eumelanine
-
-
Dus eigenlijk
gewoon grijszwarte randjes!
Hier geldt eigenlijk
hetzelfde als bij de
flanktekening. Meestal is
men zo gebiologeerd op de
rugtekening, dat men te ver
doorkweekt en dan eindigen
we met wat ik noem de
volledige grijsvleugel. Foto
11 is een mooi voorbeeld van
het ontbreken van de zwarte
randjes; niet goed dus. Bij
foto 7 is te zien dat de
zwarte randjes in de
vleugelpennen er zijn; maar
bij deze grijsvleugeltype is
het net iets te veel zwart
want het moet 5 mm zijn. Kwa
paringen die hieraan
bijdragen moeten we denken
aan de standaardparingen en
dat wat ik bij een “zo
donker mogelijk totaalbeeld”
heb geschreven.
-
Volhoude
-
Zoals je hebt
kunnen lezen zit er veel in
de kweek van grijsvleugels.
Zoveel mogelijkheden. Het is
belangrijk om te “spelen”
met de kweekstellen.
Verschillende
kweekcombinaties zijn te
maken als je eenmaal
grijsvleugels van de
verschillende types hebt.
Het is dan ook een hobby en
hier geldt ook weer: met 1
jaar kweken ben je er niet.
-
Welnu dit was
het verhaal over mijn studie
van de grijsvleugel. Dit is
de manier waarop ik met mijn
hobby bezig ben. Een stuk
ervaring, maar ik heb ook
nog lang niet alle
mogelijkheden uitgeprobeerd.
-
Misschien houden nog meer
kwekers van een uitdaging?

Fig 1 zwart |

Fig 2 zwart |

Fig 3 zwart |
|

Fig 4 pastel |

Fig 5 grijsvleugel type |

Fig 6 grijsvleugel type |
|

Fig 7 grijsvleugel type |

Fig 8 grijsvleugel
|

Fig 9 grijsvleugel
|
|

Fig 10 volledig grijsvleugel |

Fig 11 volledig grijsvleugel |

Fig 12 volledig grijsvleugel |
|
|
|