|
Eigenlijk
komt het
er bij
de kweek
van
grijsvleugels
voornamelijk
op neer
een
drietal
punten
in acht
te
nemen:
1. Om
steeds
zwarte
vogels
te
gebruiken
(klassiek
of
klassiek
/
grijsvleugel)
met
een zo
sterk
mogelijke
zwarte
melanisatie,
m.a.w.
exemplaren
waarvan
de
binnenzijde
van de
veer
bijna zo
donker
is,
zoveel
zwarte
eumelanine
vertoont
als de
buitenzijde.
En die
bestaan
wel
degelijk!
In
dit
opzicht
lijkt de
man bij
de kweek
van
grijsvleugels
het
belangrijkst
wegens
zijn
natuurlijk
groter
bezit
aan
eumelanine!
2.
Oudervogels
te
gebruiken
met
passende
bevederinglengte
(intensief
x
schimmel
of
halfintensief
x
halfintensief),
waaruit
voornamelijk
halfintensieve
en matig
schimmels
als
nakomelingen
mogen
verwacht
worden,
met nog
een
voldoende
bezit
aan
bruine
phaeomelanine.
3.
Daarbij
ook
steeds
te
bedenken
dat de
lichtste
grijsvleugelexemplaren
in weze
beschikken
over de
sterkste
melanisatie
en
bijgevolg
ook als
kweekvogels
primeren!
Twee
mogelijkheden
om de
kweek te
beginnen:
1. Als
het
enigszins
kan is
het
natuurlijk
voordelig
te
kunnen
starten
met vol
grijsvleugelman
x
grijsvleugelpop
(of
zwartpastel,
of type
grijsvleugel),
waarna
achteraf
bij de
nakomelingen,
door
inbreng
van
bijpassend
klassiek
bloed,
kan
getracht
worden
het
eumelaninebezit
eventueel
nog op
te
drijven
of
tenminste
in stand
te
houden.
Wat
zeker
noodzakelijk
is,
aangezien
pastel x
pastel
op
termijn
steeds
leidt
tot
opbleking
(uitloging)
van
vooral
de grote
pennen.
Men doet
er dus
best aan
om
steeds
een
“nevenlijn”
aan te
leggen
met
klassieke
(liefst
mannelijke)
kwaliteitsvogels
(zie
2b).
2. Als
het
hierboven
vermeld
kweekmateriaal
niet
voor
handen
is, is
het
reeds
voldoende
maar
tevens
ook
noodzakelijk
met
tenminste
één
bruikbare
zwartpastel
grijsvleugeltype
pop te
kunnen
starten.
In ‘t
slechtste
geval
kan ook
wel een
zwartpastel
pop
gebruikt
worden.
Als man
zijn er
twee
mogelijkheden:
een
zwarte
klassieke
fokzuivere
man of
een
zwarte
klassieke
fokzuivere
split
pastel
man.
a.
Zwarte
man /
pastel x
grijsvleugelpop,
type pop
of
zwartpastelpop
Geven
het
eerste
jaar:
- zwarte
mannen /
pastel
-
grijsvleugelzonen
of
grijsvleugel
type
zonen
- zwarte
dochters
-
zwartpasteldochters
of type
of
hopelijk
ook
grijsvleugeldochters
b.
Fokzuivere
zwarte
man x
grijsvleugelpop
of type
pop of
zwartpastelpop
Geven
het
eerste
jaar:
- zwarte
zonen /
pastel
- zwarte
dochters
Het
tweede
jaar:
wordt de
donkerste
zoon met
passende
bevederinglengte
gepaard
aan zijn
moeder,
met de
meeste
kans op
grijsvleugelnakomelingen.
Deze
mogelijkheid
doet er
wel twee
jaar
over om
grijsvleugels
te
bekomen
maar
heeft
ongetwijfeld
ook zijn
voordelen
omdat
het o.a.
in
praktijk
doorgaans
veel
gemakkelijker
is om
een
gepaste
klassieke
zwarte,
half
intensieve
man te
bekomen
dan een
degelijke
zwarte
split
man,
laat
staan
een
bruikbare
grijsvleugelman.
Ziedaar,
‘t
voornaamste
over
grijsvleugels
lijkt
ons
gezegd.
We
denken
er
mogelijk
tot
vervelens
toe,
voldoende
diep te
zijn op
ingegaan
en
willen
eindigen
met nog
een paar
bemerking
van
diverse
kwekers
o.a. de
Heer
Hoes uit
Tessenderlo,
voormalig
topkweker
van deze
kleurslag:
- De
beste
resultaten
bekomt
men uit
homozygoot
grijsvleugel
x
homozygoot
grijsvleugel,
anders
is het
aantal
ongewenste
nakomelingen
te groot
en het
aantal
grijsvleugels
te
miniem.
-
Partners
verervend
voor
agaat,
bruin of
isabel
doen de
grijsvleugeleigenschappen
gedeeltelijk
verdwijnen
en geven
meer
grijsvleugeltypes
(=
opgebleekte
zwartpastellen).
- Er zou
bij
vooral
overjarige
grijsvleugelmannen
regelmatig
kleuropbleking
optreden
op
voornamelijk
kop,
borst en
hoorndelen.
Wat
andere
fokkers
niet
konden
bevestigen
en
wellicht
zal te
maken
hebben
met de
afkomst
,
eventuele
stamvorming
en
inteelt.
- Bij
grijsvleugels
zouden
de
flanken
meer dan
normaal
neiging
hebben
tot
friseren.
Ook niet
te
veralgemenen
en naar
alle
waarschijnlijkheid
te
wijten
aan het
overwegend
paren
van
schimmel
x
schimmel
of meer
bepaald
van vrij
lang
bevederd
x vrij
lang
bevederd,
waar
toch
regelmatig
een
intensieve,
kortbevederde
partner
(ook al
lijkt
die
minder
aantrekkelijk!)
in de
kweek
moet
betrokken
worden.
Ongeveer
hetzelfde
stelde
zich
voorheen
bij de
kweek
van
bruinwitten,
waar
veelal
via een
langere
bevedering
getracht
wordt
het
bruinbezit
op te
drijven
… ook
wel eens
ten
nadele
van een
te lange
flankbevedering,
omdat
het te
lang
zijn
zich
daar
steeds
het
vlugst
manifesteert.
- Uit
grijsvleugel
x
klassiek
zouden
nooit
grijsvleugels
of
grijsvleugeltypes
voortkomen.
Waar ik
niet
volledig
kan
inkomen,
overtuigd
zijnde
dat er
uit de
paring
van een
sterk
donker
gemelaniseerde
zwarte
pop met
een
geschikte
grijsvleuglman
(licht
type!),
er wel
degelijk
grijsvleugeltypepoppen
kunnen
geboren
worden,
al lijkt
ons de
kans op
volle
grijsvleugeldochters
ook wel
wat te
veel
gevraagd,
maar wie
weet in
de
toekomst?
Herkennen
van
splitvogels:
split
pastelmannen
bezitten
steeds
(?)
juist
onder
het
borstbeen
enkele
witte
veertjes
in de
donsbevedering.
Hoorndelen
:
zijn
overwegend
loodgrijs.
De ogen
zijn
zwart en
de
donskleur
is
grijzig
tot
lichtgrijs.
Vererving
: de
pastelfactor
en de
grijsvleugelfactor
zijn met
voldoende
zekerheid
één en
dezelfde
factor
en
worden
dan ook
gezamenlijk
pastelfactor
genoemd.
Vererft
geslachtsgebonden
en
recessief
t.o.v.
de
niet-pastel
wildvorm.
Zwartpastel
:
Met
opzet
werd
deze
kleurslag,
die
nochtans
erkend
is en
waarvoor
standaardeisen
zijn
voorzien,
als
laatste
bespreekbaar
weerhouden.
Het
waarom
moet
niet ver
gezocht
worden,
tenminste
als
alles
wat
hiervoor
is
uiteengezet
voldoende
is
begrepen.
Zwartpastel
kan nl.
geen
kleurslag
zijn in
de echte
betekenis
van het
woord,
omdat
het
gewoon
niet
kan!
Waar bij
alle
andere
erkende
kleurslagen
er in de
eerste
plaats
steeds
naar
gestreefd
wordt om
via best
gekleurde
ouders
aan nog
beter
gekleurde
jongen
te
komen,
kan dat
hier
niet. Om
een
goede
zwartpastel
te
kweken,
moet er
gewoon
andersom
worden
gewerkt,
nl. met
veelal
minderwaardig
gekleurde
oudervogels
zoals
o.a.
passe-partout
mannen
met
verzwakt
melaninebezit.
Anders
is de
kans te
groot
dat het
grijsvleugeleffect
zijn kop
opsteekt,
waardoor
zwartpastellen
eerder
op
“type”
grijsvleugels
gaan
gelijken
en als
T.T.-vogel
waardeloos
worden!
Naar
onze
bescheiden
mening
een
onzuivere
situatie
waarbij
het hoog
tijd
wordt
dat er
door de
verschillende
Technische
Commissies
wordt
ingegrepen
en
alleen
nog
volwaardige
grijsvleugels
als
zwartpastel
worden
erkend!!!
-
dons
grijzig,
ogen
zwart,
hoorndelen
zo
donker
mogelijk
(zijn
meestal
minder
zwart
dan bij
klassieke
zwarten).
Conclusie:
-
De
grijsvleugelfactor
is met
voldoende
zekerheid
geen
factor
op zich.
-
Het is
zondermeer
een
product
van de
pastelfactor,
het
eindproduct
zegmaar,
net
zoals
bijvoorbeeld
zwartopaal
het is
bij de
opaalfactor.
-
De
waas van
geheimzinnigheid
waarin
grijsvleugels
steeds
werden
gehuld,
vindt
vooral
zijn
oorsprong
in de
onvoldoende
kennis
van de
werking
van de
pastelfactor
zelf!
-
Daarom
dan ook
dit
artikel
waarbij
we hopen
dat het
voor
velen
aanleiding
mag zijn
tot meer
en …
beter.
Door Jacky
Beliën en
Jean Kenens
Keurmeesters
K.B.O.F. |